Mookie Saluna is dit jaar kinderstaatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

'De verhalen van toen doorgeven'

76 jaar geleden moesten bijna 1300 Joodse kinderen vanuit kamp Vught mee met de beruchte kindertransporten. De Duitsers deden alsof ze naar een speciaal kinderkamp werden gebracht. Maar in werkelijkheid gingen de kinderen en hun ouders via kamp Westerbork naar vernietigingskamp Sobibor, waar ze direct na aankomst werden vermoord.

Toespraak door kinderstaatssecretaris Mookie Saluna bij de herdenking van de kindertransporten in Kamp Vught

Vandaag was de 76e herdenking van deze kindertransporten. Kinderstaatssecretaris Mookie Saluna was erbij aanwezig en sprak in Nationaal Monument Kamp Vught.

Mookie Saluna houdt toespraak bij herdenking van de kindertransporten in Kamp Vught.

© Jan van de Ven

Dames en heren, jongens en meisjes,

Ik ben Mookie Saluna. Ik ben dit jaar kinderstaatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik mag de staatssecretaris advies geven over gezonde voeding voor de jeugd. En over de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog; over hoe jongeren daarbij betrokken kunnen worden.

Ik ben net 16 geworden. Oorlog ken ik alleen van tv. Ik ken wel vrede. En ik ken vrijheid. De vrijheid om zelf te bedenken wat ik later wil worden. Om zelf mijn vrienden te kiezen. En om niet veroordeeld te worden om die keuzes. Om niet veroordeeld te worden om wat ik doe. Om wie ik ben.

Dat gold niet voor al die kinderen die we vandaag herdenken. We hebben hun namen net gehoord. 1296 kinderen en hun ouders. Weggerukt en vermoord. Het kan – het mag - gewoon niet waar zijn. Dat is wat ik dacht toen ik voor het eerst over de kindertransporten hoorde.

Ik kan me bijna niet voorstellen hoe het zou zijn als ik mijn vrienden niet meer mag zien. Dat ik niet meer naar mijn school kan. Dat ik niet meer naar mijn theaterclub mag. Maar dat ik in een kamp moet zitten, mijn familie niet dichtbij mij me heb. Hoe het moet zijn om een nummer te zijn in plaats van Mookie? En uiteindelijk in een vieze overvolle trein via Westerbork naar Sobibor te gaan, om niet meer terug te komen.

We noemen vandaag de namen van de kinderen die dat hebben moeten meemaken. Hun gezichten kunnen we zien op foto’s hier in Vught. In boeken. Op websites die gaan over de Tweede Wereldoorlog. En ook vandaag zijn er mensen die de gezichten van de kinderen met zich meedragen in hun herinneringen. De verhalen maken diepe indruk. Ze maken me sprakeloos, verdrietig en boos.

Er zijn ook verhalen van kinderen die op de één of andere manier wisten te ontkomen. Van die paar die het ‘geluk’ hadden op 6 en 7 juni niet in die treinen te zitten. En ‘geluk’ is hier natuurlijk een heel raar woord. Want zij hebben toch ook ontzettend veel meegemaakt.

Denk aan Ernst Verduin, die hier vandaag helaas niet bij kan zijn. Of Eddy Wijnschenk. Hij komt in april 1943 in Vught terecht. Samen met zijn ouders, zijn oudste zus met haar man en hun 9 maanden oude baby. De vader en moeder van Eddy moeten weg, op transport van 8 mei. Eddy blijft achter. Op 7 juni hoort hij zijn naam. Hij heeft zijn spullen gepakt, staat klaar, maar wordt uit de rij gehaald. Waarom? Dat is onduidelijk. Maar hij overleefde.

De verhalen van de kinderen die hier in Vught hebben gezeten, zijn verhalen van wanhoop en hoop. Ze leren ons wat er kan gebeuren als mensen het respect voor elkaar verliezen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat wij, de kinderen van nu, de verhalen van toen doorgeven aan de kinderen van morgen. Zodat namen genoemd blijven worden. Zodat verhalen worden blijven verteld. Zodat wij blijven herinneren. Niet alleen hier. Maar ook op al die andere vreselijke plekken, zoals in Sobibor.

Goed dat daar waar zij werden vermoord, straks ook een goede plek komt om te herdenken. En een museum. Ik hoop dat we met z’n allen blijven vertellen wat er is gebeurd. Zodat geen kind, geen vader en geen moeder, dit meer hoeft mee te maken.

Dank u wel.

De verhalen van kinderen uit Kamp Vught leren ons wat er kan gebeuren als mensen het respect voor elkaar verliezen.

© Jan van de Ven / Brabants Dagblad